Hoya Boya.
Bloglezer reageert op mijn woordenstroom.
Inlevend laat hij weten:
het geven van een zinvolle beandering /analyse is schie onmogelijk
wel een korte hilite van niet bestaande e/o onmogelijke woorden als
dat helpt:
- coördinatenoverleg
- kadettenoog
- apennoot
- zeeplof
- afwijzingsknokel
Meer mogelijk maken
Bloglezer heeft het over niet bestaande e/o onmogelijke woorden
in mijn woordenstroom en ik ben getroffen door de implicatie dat er woorden
zouden kunnen bestaan, die eigenlijk niet bestaan, of zelfs onmogelijk
zouden zijn. Inmiddels heb ik Bloglezer een aantal welbestaande alternatieven
voor de opgeworpen hi-lites voorgelegd. Mijn suggesties op een rij. Om meer
mogelijk te maken, zeg maar.
Een coördinatenoverleg is een overleg van landmeters en routeontwikkelaars
over de voortgang van het meten van de geografische coördinaten binnen
het kader van een ruimtelijk project. Op de agenda van het coordinatenoverleg
staan vragen als: Welke coördinaten moeten we weten? Waarom? Hoe meten
we dat? Hoe schrijven we dat op? Gebruiken we een GIS-systeem? En ook: Wanneer
is het volgende coördinatenoverleg?
Een coördinatenoverleg wordt gemakkelijk verward met een coördinatorenoverleg.
Let op, want dit zijn twee verschillende dingen. Wel kan een coördinatenoverleg
worden voorbereid door een coördinatenoverlegcoördinator - wat een
heel lelijk woord is.
Een kadet is een officier in opleiding. Een kadettenoog is het oog van een
officier in opleiding.
Groene boekjesspelling van apenoot. Ook wel dop- of pelpinda.
1. Zeep-lof. Een zepige lof. "Aeh, deze witlof smaakt naar bitterzoete
zeep".
2. Zee-plof. Een plof in zee. Bijvoorbeeld als iemand een bommetje doet van
de pier van Scheveningen. Of als een zeemeermin van een rots aan de oever in
haar water glipt. Het zeeploft ook een beetje als je een muntje voor geluk in
het brakke water van de haven gooit.
De knokel die je op je snuit voelt als iemand je met zijn vuisten te lijf gaat.
Mogelijke constructie: de afwijzingsknokel trof het kadettenoog op volle ram.
'Zeeplof is niets'
Bloglezer was niet geheel overtuigd van mijn toelichting. 'Zeeplof is niets,'
was zijn aanhoudende reactie - 'onmogelijk' - waardoor bij mij de vraag is binnengekomen:
hoe kun je iets benoemen dat niet bestaat? Ik kom uit op volgende:
Onbekend. Je kunt iets onder woorden brengen dat wel bestaat,
maar nog niet is gezegd. Je bent dan de eerste die iets benoemd en een ander
kan dit ervaren alsof je het hebt over iets dat niet bestaat. Zeeplof
is hier een geschikt voorbeeld.
Meerdere werkelijkheden. Mensen beleven de wereld op verschillende
manieren. Daardoor kan het zijn dat mensen niet dezelfde dingen waarnemen en
kan de een iets zien dat de er voor de ander niet is. De een gebruikt woorden
die voor de ander aan dingen in een niet-bestaande, irrelevante werkelijkheid
refereren. De fenomenen zijn er niet, maar groeien. Het woord coordinatenoverleg
draagt daar toe bij.
Verbeelding. Dan is er de wereld van de verbeelding. Het bereik
waar voorstellingen en beelden wisselen voor ze betekenis krijgen, zoals: de
afwijzingsknokel trof het kadettenoog. Gebrek aan verbeelding is misschien wel
de meest ernstige reden waarom er dingen gezegd kunnen worden die niet bestaan,
of beter, dingen die niet begrepen worden.
Woorden. Maar wat is een niet-bestaande werkelijkheid? Voor
de vuist weg is er wereld die je kunt vastpakken en wereld die je kunt denken
als je ze verbeeld hebt. Daar tussendoor schuift de wereld van de woorden, waarin
je objecten en gedachten kunt samenbrengen in - onder en met - woorden.
De wereld van de woorden is volgens mij een werkelijkheid met eigen regels.
De dingen verwerven daar al een bestaan, zodra je ze uitspreekt, opschrijft
of in een weblog mikt. Als het gehoord wordt is het een woord. Zoals afwijsknokel.
Materialist. Ik weet niet of het onze Bloglezer betreft, maar
materialisten kleineren de verbeelding. Niet dat materialisten zonder verbeelding
zijn, maar ze doen alsof hun verbeelding een soort niet-werkelijke werkelijkheid
is, een werkelijkheid die er wel is, maar die zonder waarde is. De vraag waar
materialisten het mee moeten doen is dan ook hoe verbeelde werkelijkheid minder
waard zou kunnen zijn dan tastbare objecten in de wereld?
Geld. Dingen die in verbeelding bestaan hebben net zo'n sterke
werking in het leven van alledag als objecten. Bijvoorbeeld. Geld is een primaire
drijfveer voor mensen. Voor geld werken mensen zich een beroerte en maken ze
elkaar het leven zuur. Maar het zijn niet alleen de munten, de biljetten en
de cijfertjes op het bankafschrift waar de mensen harder voor tippelen. Dat
doen ze net zo gretig voor de fantasieën en voorstellingen over wat je
met geld zou kunnen en willen doen. Of het nu om de verbeelding van luxe of
om het afschrikbeeld van armoe gaat, object en verbeelding zijn twee zijden
van dezelfde medaille, of dezelfde munt eigenlijk. Zonder de een kan de ander
niet rollen.
Starbucks. Ander voorbeeld. De geschiedenis van het logo van
koffieslurper Starbucks illustreert volstrekt helder dat zeemeerminnen
een imaginair product van de verbeelding zijn, die tegelijk een invloed in de
wereld hebben alsof ze van vlees en bloed zijn. Klanten van de koffieketen ergerden
zich aan de blote borsten en suggestieve split in het onderlijf van het zeewijf
in het allereerste logo van Starbucks. De koffieschenker heeft uiteraard naar
zijn klanten geluisterd - we wanna make starbucks! - en het logo is
de revisie ingegaan. De sirene is er een stuk mooier uitgekomen, maar ook direct
een stuk preutser.
Lees
verder over zeemeerminnen en sirenes.
|